kaft 'Lieflijk op de tong'


Flaptekst

Flap 'Lieflijk op de tong'


CIP-gegevens

© 2025,   Stichting LeV

Omslagontwerp: Boudewijn Boer
Vormgeving: Henk Scholder

CIP-GEGEVENS KONINKLIJKE BIBLIOTHEEK, DEN HAAG

Lieflijk op de tong. Stemmen bij de Tora – Lezen met LeV – deel 1 / Henk Scholder, Dodo van Uden, Niek de Wilde. – Amsterdam: Stichting LeV, 2025

ISBN 978-90-77621-07-3
NUR 701 / 716


Recensies / boekbesprekingen

[ 15 juli 2025 - Reinier Gosker ]
[ 25 juli 2025 – Commissie Doopsgezinden-Jodendom - Yko van der Goot ]
[ 28 juli 2025 – Katholieke raad voor het Jodendom – Cor Sinnema ]
[ 28 juli 2025 – Overlegorgaan Joden en Christenen (OJeC) – Greco Idema ]
[ augustus 2025 – Nieuwsbrief Beit Ha’Chidush – José de Kwaadsteniet ]
[ 7 augustus 2025 – DE VRIJDAGAVOND – Sarai Mock ]
[ 14 augustus 2025 – Joods-christelijke dialoog – Piet van Midden ]
[ 28 augustus 2025 – Stichting PaRDeS – Bas van den Berg ]
[ 21 december 2025 – Ophef – Willemien Roobol ]


Alsof er een engeltje op je tong piest
Kennis maken met de veelkleurige Bijbelse- en Joods-rabbijnse uitlegtraditie

Door Reinier Gosker

‘Lieflijk op de tong’ is geen verleidelijke reclame voor een lekkere likeur. Het is een pikante aanbeveling voor het aanschaffen van ruim vijftig prachtige parels uit het leesrooster van de synagoge. Pikant en prikkelend vanwege de interesse die het bij de lezer(es) wil wekken.
‘Lieflijk op de tong’ doet je watertanden bij iets lekkers alsof er ‘een engeltje op je tong piest’. Onze Zuiderburen spreken ietwat burlesk over 'de heilige Geest die in de keel pist'.

Maar we bedoelen hetzelfde. Het is een kwestie van smaak welke uitdrukking je liever gebruikt. Ik geef de voorkeur aan het engeltje op mijn tong. Het gaat immers over ‘watertanden’ als beeld voor het proeven van de Tora! Een honingzoete woordenstroom (Ps. 119, 103) die een ieder van ons - volgens de Hebreeuwse titels van de vijf boeken van Mozes - in beginsel (Beresjiet) bij name (Sjemot) roept (Wajikra) om in de woestijn (Bamidbar) van het leven te luisteren naar de woorden en daden (Dewariem) van Mozes. Zogezegd staat er met de Tora iets op het spel. En dat spel wil gespeeld worden! Bijvoorbeeld één keer in de week, bij iemand thuis, met z’n drieën, vieren of vijven. De spelregels met toebehoren tref je aan in het voornoemde boekje ‘Lieflijk op de tong. Stemmen bij de Tora’.

Waar het om gaat
Het boekje is een uitgave van de Stichting LeV (Leren en Vernieuwen). Naar eigen zeggen stelt de stichting zich ten doel de studie van Bijbel en Joodse uitlegtraditie te stimuleren door het ontwikkelen van studiemateriaal.
Vandaar dat dit boekje uitnodigt om van je huiskamer een leerhuis te maken, waar je met twee, drie of meer deelnemers samenkomt om een klein stukje bijbeltekst uit te vlooien.
Wat staat er? Wat hebben Joodse wijzen erover gezegd? En wat vinden wij ervan?

De methode
Een eenvoudige methode om studie van Bijbel en Joodse uitlegtraditie te stimuleren is het volgen van het synagogale leesrooster. In porties van 4 à 5 hoofdstukken wordt jaarlijks de Hebreeuwse tekst van de Tora in 54 wekelijkse afdelingen opgediend. Zo’n portie heet een ‘sidra’, en wordt mondjesmaat door zes à zeven verschillende gemeenteleden zingzangend voorgedragen in de synagoge op sjabbat. In ‘ons’ huiskamergesprek beginnen we daar maar niet aan. Wat we dan wel doen? Uit elke wekelijkse sidra is één bijbeltekst gekozen die we hardop voorlezen. Daarna wikken en wegen we de bijbeltekst aan de hand van enkele korte rabbijnse commentaren uit Talmoed en Midrasj, uit de Middeleeuwen en onze eigen tijd. Tot slot vragen we wat tekst en commentaar bij ons wakker roept. Het is dus de bedoeling dat wij met elkaar in gesprek gaan. Niet alleen met wie lijfelijk bij het gesprek aanwezig zijn, maar ook met diegenen die ons voorgingen op de - soms best wel barre - tocht door de woestijn van het leven.

Hoe het werkt - een voorbeeld
Voorbereiding op zo’n huiskamergesprek is niet per sé nodig. Het hoofdstukje ‘Ga voor vrede’ begint bijvoorbeeld als volgt: “Uit de vierenveertigste sidra Dewariem (‘woorden’- Deut 1,1-3,22) besteden we aandacht aan Deut. 2,24-27”. De tekst gaat over het leiderschap van Mozes, die Gods opdracht (vers 24) negeert door boodschappers te zenden naar Sichon, de Amoritische koning van Chesbon, met het verzoek om een vreedzame doortocht door diens land. De Joodse geleerde Abravanel (1437-1508) schetst vervolgens een dilemma: als Sichon het verzoek zou inwilligen, wat zou Mozes dan gedaan hebben?
Afzien van de strijd zou rebellie betekenen tegen de woorden van God. De strijd met Sichon alsnog aangaan en hem doden, zou onwaardig zijn voor een man als Mozes.

Een andere joodse geleerde Rasji (1040-1105) mengt zich in het debat m.b.v. een woordspeling op de naam van de woestijn ‘Kedemot’ (vers 26), waar het verhaal zich afspeelt. Mozes zou net als de Eeuwige gehandeld hebben toen Deze de Tora aanbood aan ándere volken dan Israël, van wie Hij wist dat ze haar zouden weigeren, maar toch deed Hij het. Zo is ook Mozes Sichon ‘tegemoet getreden’ (Hebreeuws: ‘kedamti’) met woorden van vrede.

Vervolgens herinnert Midrasj Tanchoema (vermoedelijk 9e eeuw n. Chr) eraan, dat de Tora ons niet opdraagt om de geboden ‘na te jagen’. Voor alle geboden geldt: indien de mogelijkheid van het doen van een gebod op je pad komt, ben je verplicht het te doen.
Maar je hoeft ze niet na te jagen. Voor vrede geldt echt er: “Mijd het kwade, doe wat goed is, streef naar vrede, jaag die na” (Ps.34,15). Zo deed Mozes dan ook: hij zond boden naar Sichon met woorden van vrede.

Deze korte informatieronde (Abravanel, Rasji en Midrasj Tanchoema) wordt besloten met een gespreksvraag: “Welke kwaliteiten moeten leiders volgens u hebben om ten tijde van een conflict een oplossing te zoeken die de vrede bewaart? Kunt u voorbeelden geven?”

Geredigeerd en gebundeld
Het hoofdstukje ‘Ga voor vrede’ is één van de parels uit het leesrooster van de synagoge.
Alle 54 parels werden geschreven in de jaren 1999 t/m 2012, en als column gepubliceerd in het voormalige magazine ‘Kerk & Israël Onderweg’.
De schrijvers ervan hebben de oorspronkelijke columns geredigeerd en gebundeld in een boekje van iets meer dan 54 x 3 pagina’s. De titel ontleenden zij aan het bijbelse loflied op een sterke vrouw: “Ze opent haar mond met wijsheid en een lieflijke Tora (is) op haar tong” (Spreuken 31,26). Tot slot een klein puntje van kritiek. Het boek verwijst voortdurend naar allerlei rabbijnse literatuur. Een korte toelichting achter in het boek zou daarom niet hebben misstaan.
Overigens kunnen ook priesters, predikanten en Kerkelijk Werkers met het oog op de voorbereiding van kerkdiensten hun voordeel met dit boekje doen!


Commissie Doopsgezinden-Jodendom, 25/07 2025

Lieflijke lessen

Door Yko van der Goot

‘Lees de Bijbel alsof je er totaal onbekend mee bent, alsof deze niet kant-en-klaar voor je ligt … Benader het boek alsof het nieuw is voor je … Laat alles gebeuren wanneer je het leest. Je weet niet welke woorden en beelden je zullen overvallen … Benader het boek op een open wijze.’


Met deze woorden van Martin Buber uit 1926 opent de website van Stichting LeV. Doel van deze stichting is het stimuleren van de studie van bijbel en joodse traditie en het leveren van materiaal daarvoor. Het plezier van Bijbellezen staat hierbij centraal.
Zo verscheen Lieflijk op de tong. Stemmen bij de Tora. De titel is ontleend aan het bijbelse ‘loflied op een sterke vrouw’ uit het boek Spreuken (31:26): ‘Ze opent haar mond met wijsheid en een lieflijke Tora (is) op haar tong.’ Ze zegt wijze woorden en geeft liefdevolle lessen (NBV21).

Het is een bundel met korte beschouwingen bij de wekelijkse Tora-lezing, aan de hand van zowel klassieke als hedendaagse joodse uitlegtradities. Tradities met een rijke schat aan inzichten. Wie er kennis van neemt kan tot dieper begrip komen van de grondslagen van de westerse, christelijk georiënteerde samenleving.

De bundel daagt uit om bepaalde standpunten te doordenken, eigen inzichten te ontwikkelen en verband te leggen met de actualiteit. Zo wordt een brug geslagen tussen het leven van alledag en het geloofsleven.

En dan valt het oog bijvoorbeeld op een bijdrage met de titel: ‘Ga voor vrede!’, naar aanleiding van Deuteronomium 2:24–27. Het gaat hier over het leiderschap van Mozes. Hoe Mozes een opdracht van God negeert. Hij begint niet met ‘het veroveren van het land, en met het voeren van oorlog met de bewoners van het land’ (vs24), maar stuurt boodschappers vooruit ‘met woorden van vrede’ (vs27).
Hoe kan dit? Is Mozes de weg kwijt? Dat is de discussie en het komt tot een conclusie: ‘Vrede verdient voorkeur boven geweld! Zo groot is de vrede dat Mozes vanzelfsprekend begint met het aanbieden van vrede. Zelfs ten tijde van oorlog is het vereist te zoeken naar vrede: “Indien je nadert tot een stad om er tegen te strijden, zo zul je haar vrede toeroepen”’ (Deut.20:10).

Daarop volgen in deze bijdrage enkele vragen voor mensen van nu:
‘Welke kwaliteiten moeten leiders volgens u hebben om ten tijde van een conflict een oplossing te zoeken die de vrede bewaart? Kunt u voorbeelden geven?’

Vrede op de tong. Neem de proef op de som.


Katholieke raad voor het Jodendom, 28 juli 2025

‘Lieflijk op de tong’

Door Cor Sinnema (permanent diaken in het bisdom ’s-Hertogenbosch)

Bij Stichting LeV is recent het boek Lieflijk op de tong – Stemmen bij de Tora van Henk Scholder, Dodo van Uden en Niek de Wilde verschenen.
Deze auteurs zijn allen judaïcus en werken als freelance docent in leerhuizen en bijbelstudiegroepen van verschillende kerkgenootschappen. In dit boek presenteren zij het studiemateriaal dat zij speciaal voor deze Lerngroepen hebben ontwikkeld in de Stichting LeV, een afkorting van ‘Leren en Vernieuwen’. Deze stichting is in 2002 opgericht om de studie van Bijbel en joodse traditie te stimuleren.

Voor hun boek hebben zij de 52 columns geredigeerd en gebundeld die zij eerder hebben gepubliceerd in het voormalige tijdschrift Kerk&Israël-Onderweg, een uitgave van de PKN over de relatie tussen kerk en Israël. Hierin geven zij commentaar en uitleg bij de tekstgedeeltes uit de Tora die gebruikt worden bij wekelijkse voorlezing in de synagogen. Het leesrooster is zo samengesteld dat binnen het tijdsbestek van een jaar alle boeken van de Tora een plaats krijgen. Elk tekstgedeelte, sidra in het Hebreeuws, wordt behalve met een nummer ook aangeduid met de eerste woorden van de betreffende aflevering. De meest bekende is waarschijnlijk de eerste, die in het Hebreeuws Beresjiet (‘In het begin’) wordt genoemd. Het leerboek volgt het joodse jaar, maar vermeldt niet in welke periode van het jaar de betreffende sidra aan de orde is. Samen met veel andere informatie wordt dit bekend verondersteld. Hieruit blijkt dat dit leerboek een doelgroep voor ogen heeft die voldoende bekend is met de joodse leeswijze: lernen.

In hun bijdragen volgen de schrijvers nauwkeurig de regels van de karakteristieke joodse uitlegkunde. Ze beginnen met een leesvraag bij een fragment uit de wekelijkse aflevering. Dat fragment varieert in lengte: van een hoofdstuk tot een of twee verzen, en éénmaal zelfs twee letters: de lettergrootte van de ayin en dalet van het eerste en laatste woord uit Deuteronomium 6,4. Daarna geven de auteurs antwoorden en interpretaties van joodse geleerden. Alle columns sluiten af met de vraag naar een voorbeeld uit eigen leven of directe omgeving. Met deze opzet proberen de schrijvers het gesprek op gang te brengen en de deelnemers tot nieuwe inzichten te brengen.

Het interessantste deel zijn de vragen, antwoorden en discussies uit de rabbijnse literatuur: de Midrasj en Misjna, Talmoed en Tosefta. De auteurs citeren bekende klassieke commentatoren: Maimonides of Rambam, Nachmanides en Rasji, maar ook hedendaagse uitleggers. Er worden geen voetnoten gebruikt en ook een register van commentaren ontbreekt. Het genre van de column beperkt de lengte van de bijdragen. Deze zijn op één keer na nooit langer dan drie bladzijden.

Wie het boek wil gebruiken moet een of meerdere Bijbeluitgaven naast zich hebben. De samenstellers laten met dit studieboek zien dat zij zich de kunst van het lernen hebben eigen gemaakt. De gebundelde columns kunnen voorgangers en predikanten helpen bij hun wekelijkse preek of verkondiging. Omdat veel voorkennis is vereist, is het vooral geschikt voor hen, die voldoende tijd en moeite willen nemen om nieuwe ontdekkingen te doen. Het kan de Bijbellezers in de kerken en de leerhuizen helpen om kennis te maken met de lange traditie van joodse uitlegkunde.

Het is zoals Rabbi Elazar ben Azarja uit de eerste eeuw al zei: “Het is onmogelijk dat een bijeenkomst in het leerhuis eindigt zonder een nieuwe interpretatie.” (Babylonische Talmoed, Chagiga 3a)


Overlegorgaan Joden en Christenen (OJeC), 28 juli 2025

Recent verschenen: Lieflijk op de tong – Stemmen bij de Tora

Door Greco Idema (webmaster)

Recent is bij Stichting LeV Lieflijk op de tong – Stemmen bij de Tora verschenen. Lieflijk op de tong is een bundel met korte bijdragen bij de wekelijkse Tora-lezing. Met behulp van klassieke en hedendaagse Joodse uitlegtradties worden bijbelse teksten toegelicht en naar onze tijd gebracht. In deze uitlegtradities is een schat aan inzichten opgeslagen, die nog altijd van groot belang zijn, zowel voor een beter begrip van de grondslagen van onze westerse, christelijk georiënteerde samenleving als voor het hanteerbaar maken van eigentijdse levensvragen.

Lieflijk op de tong – Stemmen bij de Tora heeft veel te bieden aan wie belangstelling heeft voor de veelkleurige Bijbelse- en Joods-rabbijnse uitlegtraditie. Per bijdrage zijn vragen opgenomen om het gezamenlijk lezen te bevorderen.

Henk Scholder, Dodo van Uden en Niek de Wilde zijn medewerkers van Stichting LeV (Leren en Vernieuwen). Stichting LeV stelt zich ten doel de studie van bijbel en Joodse traditie te stimuleren door het ontwikkelen van studiemateriaal. Materiaal dat niet louter een hulpmiddel is voor een verheldering van de tekst. Het gaat een stap verder. Het daagt de gebruiker uit verbanden te leggen, bepaalde standpunten te weerleggen, zijn/haar eigen inzicht te volgen. En actualiseringen aan te brengen, want te vaak wordt scheiding gemaakt tussen ‘het leven van alle dag’ en ‘geloofsleven’.


Chidushim, nieuwsbrief van Beit Ha’Chidush, - augustus 2025

Lieflijk op de tong / Stemmen-bij-de-tora

Door José de Kwaadsteniet

Het boek dat deze titel draagt, is uitgebracht door de Stichting LeV (Leren en Vernieuwen), een stichting die zich tot doel stelt ‘de studie van bijbel en joodse traditie te stimuleren door het ontwikkelen van studiemateriaal’.
Deze publicatie is de neerslag van het jarenlang verzorgen van een rubriek in het tijdschrift Kerk & Israël – Onderweg, een tijdschrift van de PKN (Protestantse Kerk Nederland). In deze rubriek schreven Henk Scholder, Niek de Wilde en Dodo van Uden, puttend uit de Joodse traditie, over de wekelijkse afdeling van de Tora: de parasja (of sidra) - en dat 52 maal. Deze korte artikelen zijn nu gebundeld in dit boek.

De auteurs ken ik vrij goed; in een inmiddels wat ver verleden waren wij collega’s. Vanuit die relatie kreeg ik het boek enkele weken geleden aangeboden. En sindsdien lezen Diny en ik op vrijdagavond (als we niet in sjoel zijn) aan de Sjabbat-tafel, na het eten, het hoofdstuk uit ‘Lieflijk op de tong’ bij de betreffende parasja. Ik kan jullie zeggen: met genoegen. De hoofdstukken zijn qua lengte te overzien, zeer begrijpelijk geschreven en de moeite waard. Met als bonus bij iedere parasja twee studievragen: één aan het begin over de Tora-tekst zelf, en (meestal) één aan het slot van het hoofdstuk, waarmee getracht wordt, aan de hand van het gelezene, een link te leggen naar het nu, de actualiteit, ons eigen leven.

Van harte aanbevolen, vooral ter lezing en/of bespreking aan de Sjabbat-tafel!


DE VRIJDAGAVOND, 7 augustus 2025

Stemmen bij de Tora, een eerbetoon aan Leo Mock z”l

Door Sarai Mock

Twee weken geleden verwees ik in mijn Parasja bijdrage naar het recent gepubliceerde boek van Stichting LeV getiteld ‘Lieflijk op de tong. Stemmen bij de Tora’.

Dit boek behandelt de 54 sidrot op een diepgaande manier aan de hand van bronnen uit diverse hoeken. De auteurs zijn Dodo van Uden, Henk Scholder en Niek de Wilde. Deze laatste twee ken ik persoonlijk, aangezien zij – alweer tien jaar geleden – paranimf waren bij de proefschriftverdediging van Leo Mock, mijn vader. Bij het overhandigen van het boek werd verteld dat meerdere bijdragen in gesprekken met mijn vader zijn besproken.

Het blijft voor mij bijzonder dat zijn gedachtegoed kennelijk ook doorsijpelt in nieuw verschijnende publicaties. Eervol dus om dit boek voor De Vrijdagavond te kunnen bespreken.

Laagdrempelige verdieping
Het betreft echt een lernboek: in kernachtige beschouwingen van een paar pagina’s, wordt ingezoomd op een bepaald aspect, een specifiek thema of een bepaalde scène binnen de parasja van de week. Hierdoor kan men zich op een relatief laagdrempelige manier verdiepen in de parasja. Let wel: het betreft geen samenvatting of globale weergave van de sidra. Enige achtergrondkennis over het verhaal en de context is dus wel van belang. 

Bij elke bijdrage wordt eerst gewezen op een aantal psoekiem (verzen) uit de parasja die relevant zijn voor het onderwerp dat wordt behandeld. Vervolgens volgt een uiteenzetting van diverse bronnen die hierop ingaan, waarna de week ‘wordt afgesloten’ met een vraag of gedachteoefening. Veelal betreft dit reflectie over de vraag hoe een bepaald thema (praktisch) doorwerkt in ons dagelijks leven, de verhouding tot andere verhalen uit de Tenach, of de relatie tot de actualiteit. Met betrekking tot het weerzien van Jakov en Esav in parasjat Wajisjlach wordt bijvoorbeeld de volgende vraag gesteld: “Heeft dit verhaal (…) ook (nog) betekenis voor de hedendaagse ontmoeting tussen Jodendom en christendom?” (p. 35).

Verbanden en interpretaties
Het bestuderen van intertekstuele verbanden is een van mijn favoriete methodes bij het analyseren van teksten uit de Tenach. Deze methodiek komt ook in verscheidene bijdragen aan bod. Doordat verbanden worden gelegd tussen bepaalde karakters (parallellen tussen het verhaal over Avraham versus Jitschak in de sidra van Toledot, p. 26), bepaalde situaties (bijvoorbeeld de aantallen die worden genoemd in parasjat Bechoekotai, versus het pleidooi van Avraham tegen de vernietiging van Sodom in Genesis 18:23, p. 107), of tussen bepaalde woorden (de relatie tussen nefesj (ziel) en nifasj (op adem komen) bij de sidra van Ki Tisa, (p. 73).

Daarnaast wordt op meerdere plaatsen de interpretatie van specifieke woorden onderzocht, zoals de uitleg van de Hebreeuwse woorden voor ‘gratis’ in de parasja Beha’alotecha (p. 114), evenals het Hebreeuwse woord voor ‘ijveraar’ in de sidra van Pinchas (p. 129).

Hiertoe wordt een verscheidenheid aan bronnen aangehaald. Zo wordt er frequent naar oude en klassieke bronnen verwezen (Rasji, Sforno, verscheidene Midrasjiem en uiteraard stukken uit de Talmoed). Maar ook werken van recentere auteurs zoals Martin Buber, Abraham Joshua Heschel, Nechama Leibowitz en Abel Herzberg passeren de revue.

In het boek ligt de nadruk voornamelijk op joodse teksten, hoewel een enkele keer ook het Nieuwe Testament wordt aangehaald, bijvoorbeeld in het kader van het gebod van naastenliefde (p. 96).

Lern-stijl
Het boek heb ik met interesse gelezen. Zoals vaker met dergelijke bundels, varieert het per individu (en per onderwerp) welke bijdrage iemand in meerdere of mindere mate raakt. Hoewel sommige interpretaties en doctrines de lezer misschien bekend zijn, heb ik zeker heel wat nieuwe informatie tot me genomen en vernieuwende inzichten gekregen tijdens het bestuderen.

Het bondige, wekelijkse format doet trouwens denken aan het boek In de marge van de Parsje van mijn vader dat jaren geleden uitkwam, hoewel dat een meer verhalende, columnachtige stijl bevat, in tegenstelling tot de actievere ‘lern-stijl’ van dit boek. Telkens wanneer ik een bijdrage moet schrijven voor De Vrijdagavond over de parasja, bestudeer ik ter voorbereiding eerst wat mijn vader in voornoemd boek schreef over de sidra. Voortaan zal ik ook inspiratie kunnen putten uit dit nieuw verschenen boek.

Studie bevorderen
Tot slot nog even wat achtergrond over Stichting LeV, die dit boek heeft gepubliceerd. Deze stichting bestaat al ruim twintig jaar en heeft naar eigen zeggen als doel om de studie van bijbel en Joodse traditie te bevorderen, onder meer door het ontwikkelen van studiemateriaal.  Overigens wordt op de buitenkant van het boek aangegeven dat dit Deel 1 is van een serie ‘Lezen met LeV’. Er blijken meer publicaties aan te komen, en dat is maar goed ook. Juist in dit soort tijden waar de ruimte voor dialoog op sommige vlakken lijkt te krimpen, is het extra waardevol wanneer het lukt om in ieder geval op het gebied van kennisdeling mensen samen te brengen.

Gemeenschappelijke thema’s
Bestudering van de primaire bronnen biedt daar ruimte voor aangezien de focus zich kan richten op gemeenschappelijke thema’s. Hopelijk blijven dit soort initiatieven dan ook van de grond komen. Niet alleen omdat samen lernen een essentiële component van religie is. Maar ook omdat als we in gesprek blijven we bredere verbinding kunnen vinden. 


Joods-christelijke dialoog, 14 augustus 2025

Lieflijk op de tong. Stemmen bij de Tora

Door Piet van Midden
(Emeritus predikant en docent Hebreeuws aan de Universiteit van Tilburg)

De Stichting LeV laat (gelukkig) van zich horen. LeV staat voor Leren en Vernieuwen, en dat vernieuwen moet u vooral opvatten als ‘op een nieuwe manier bijbel lezen.’ Dat is het belang. LeV is begonnen met een nieuwe serie: Lieflijk op de tong. Stemmen bij de Tora. Als auteurs worden vermeld: Henk Scholder, Dodo van Uden en Niek de Wilde.

Het woord Tora in de titel maakt al veel duidelijk: de Profeten en de Geschriften zult u hier niet vinden. Het is Tora en nog eens Tora dat hier klinkt. Nu is de Joodse wereld spannend maar ook in zekere zin ondoordringbaar. Er zijn niet veel ingangen. Àls er al een ingang is, dan is dat de weg van de Tora zelf. Je snapt gewoon helemaal niets van de Joodse wereld als je niet jezelf wilt buigen over en voor die mateloos boeiende tekst.
Bij LeV hebben ze dat heel goed begrepen. Ze bieden een handvat. Ze nodigen je uit. Als je dit boek leest als een uitnodiging, is er al één doel bereikt. De Tora wordt jaarlijks opnieuw gelezen, begin en eind op het feest van de Vreugde der Wet. Het boek van LeV, Lieflijk op de Tong begint dus bij Genesis 1 en eindigt bij Deuteronomium 34. Over de bijbeltekst is een toelichting geschreven.

Ik ben nogal eens op zoek geweest naar rabbijnse commentaren. Als je jezelf een jaartje LeV gunt, word je zomaar veel wijzer. Het boek is heel geschikt voor kringwerk, maar thuis in een leeshoek is natuurlijk prima. Het Hebreeuws is uitstekend vertaald en de transcriptie navenant.

Best aardig dat ik deze recensie mag schrijven. Het wordt me zomaar in de schoot geworpen. Simchat Tora, de Vreugde over de Wet. Ik werd in elk geval blij van deze uitgave en ben benieuwd hoe deel 2 eruitziet.
Proficiat.


Stichting PaRDeS, 28 augustus 2025

Lieflijk op de tong. Stemmen bij de Tora

Door Bas van den Berg
(medewerker en voorzitter van Stichting PaRDeS)

Henk Scholder, Dodo van Uden en Niek de Wilde hebben met Lieflijk op de tong, stemmen bij de Tora een handzaam en toegankelijk boek geschreven rond de 52 sidrot (afdelingen van de week die eens per jaar op sjabbat in de synagoge gelezen worden).
Het boek is bedoeld voor mensen die interesse hebben in het samen lernen rond teksten uit de eerste vijf boeken van de bijbel. Dat gesprek gaan belangstellenden aan met elkaar en met commentaarstemmen van rabbijnen en leraren in de Joodse traditie uit alle eeuwen.

Zo’n benadering is voor mensen met een christelijke of seculiere opvoeding vaak nieuw omdat in de christelijke traditie de commentaarstemmen uit verschillende eeuwen vaak ontbreken.
Dit boek neemt lezers aan de hand om toegang te krijgen tot een meerstemmige dialoog met bronteksten uit de bijbel en uit de zee van commentaren daaromheen. Het tweede punt dat de auteurs benadrukken in de traditie van samen leren (lernen) is dat bij alle commentaren op een Bijbeltekst met name de vraag voorop staat: ‘wat betekent de tekst voor ons in onze situatie.
De Tora wil mensen een richting wijzen in hun zoektocht naar zin en betekenis in hun leven.

Om aan te geven hoe praktisch en aansprekend dit boekje voor lezers nu kan zijn ga ik in op de 30ste parasja Kedoesjiem (‘Heiligen’ (Lev. 19,1-20,27). Met de titel Naastenliefde (p.96-98).

Er wordt stilgestaan bij het bekende vers: ‘Heb je naaste lief als jezelf’ (Lev 19,18). De opbouw van dit hoofdstuk in Lieflijk op de tong is gelijk aan alle andere: het begint met een vraag aan de lezer: ‘Wat roepen deze woorden bij je op? Welke vragen heb je erbij?’.
Vervolgens wordt er stil gestaan bij enkele opvallende woorden in dit vers. Eerst wordt de relatie verkend tussen liefhebben en gebieden. Kun je die twee met elkaar verbinden? Daar wordt als antwoord op gegeven dat ‘liefhebben’ in de bijbel niet op een gevoel betrekking heeft, maar op het handelen van de een jegens de ander.

Vervolgens worden er twee aspecten nader uitgelicht met behulp van een commentaarstem uit de traditie. De eerste behandelt de invulling van ‘je naaste liefhebben’ als ‘wat jou onaangenaam is doe dat je medemens niet aan’.  Dat wordt verhelderd met een citaat van een rabbijnse commentator uit de 3e eeuw van de gangbare jaartelling.

De tweede vraag gaat in op het tweede deel van het vers: ‘Heb je naaste lief als jezelf’. Wat betekent ‘als jezelf’ wordt er dan gevraagd. Daar wordt ingegaan op een vertaling van bijbelwetenschapper en godsdienstfilosoof Martin Buber die ‘als jezelf’ vanuit het Hebreeuws vertaalt met: ‘… die is gelijkwaardig aan jou’. Aan het einde van dit kleine hoofdstuk stellen de auteurs enkele vragen. Eén ervan luidt: ‘In welke andere opzichten is je naaste ook nog ‘net als jij?’.

Zo zijn alle 52 sidrot op een vergelijkbare wijze opgebouwd met vragen en commentaarstemmen uit de traditie rond vragen om de lezer zelf te laten ontdekken dat deze teksten uit de Tora ook in onze tijd en in onze context relevant kunnen zijn in onze zoektocht naar waarachtig leven in een verwarrende wereld. De auteurs zijn er goed in geslaagd, mede door een heldere schrijfstijl en door compact te formuleren, om een breed publiek aan te spreken. Er kan echt geleerd worden op voorwaarde dat de deelnemers samen met aandacht deze teksten willen lezen en er mee in dialoog durven treden.


Ophef 4-25, december 2025

Inspirerende woorden bij de Toralezingen door het jaar heen

Door Willemien Roobol

In ieder nummer van Ophef komen we een stukje van de stichting LEV tegen. Die stichting stelt zich ten doel ‘de studie van bijbel en Joodse traditie te bevorderen’.
  Nu is een eerste boekje uitgekomen van een serie ‘Lezen met LEV’. En inderdaad, dit boekje doet wat de stichting zich ten doel stelt, want als lezer ben je al lezend binnen de kortste keren druk bezig met uitgebreide bijbelstudie, terwijl je het rabbijnse commentaar bij een van de sidra’s leest en bekijkt. In een jaar van 52 weken zijn er 52 sabbatten, op iedere sabbat wordt een gedeelte van de Tora gelezen in de synagoge – dat gedeelte heet een sidra - en in die 52 sabbatten met die 52 sidra’s werkt men zo in de synagoge de hele Tora door. Op een bepaalde manier volgt dit boekje ook een heel jaar van 52 weken met sidra’s.
  Het aardige is, dat als je je erin verdiept, je al gauw bezig bent het bijbehorende bijbelgedeelte en het soms hele lange bijbelverhaal weer eens helemaal te lezen.

Voorbeelden
Zo is er bijvoorbeeld een hoofdstukje met de titel ‘Neem mijn plaats in van hem’ (pg.42 e.v.). Dit hoofdstukje hoort bij de elfde sidra, die gaat over Jozef en zijn broers (Genesis 44,18-47,27). Vanuit de rabbijnse traditie wordt ondermeer Rambam (Maimonides, 1135-1204, Spanje/Egypte) hierbij geciteerd. Er wordt gesproken over ‘omkeer’ (Tesjoeva) van Juda, die immers eerder zijn broer Jozef verraadde en verkocht, maar nu zichzelf wil opo*eren voor zijn broer Benjamin. Het gaat erom, dat Jozef ertoe wordt gebracht om uiteindelijk zijn broers te vertrouwen.
  Om het boekje ook geschikt te maken voor bespreking in een gespreksgroep of leerhuis zijn er steeds bij iedere bespreking vragen toegevoegd. Je kunt bij deze vragen ook denken aan zelfreflectie voor de lezer(es). Soms zijn de vragen wat erg obligaat, maar soms helpen ze ook bij het zoeken naar een betekenis. De vraag bij dit hoofdstukje rond de elfde sidra is: ‘Zou dit verhaal een betekenis kunnen hebben voor de vraag of het mogelijk is, gebroken vertrouwen te herstellen?’

  Een ander voorbeeld is het hoofdstukje met de titel ‘Kwaadspreken’ bij de zeventwintigste en achtentwintigste sidra’s (pg.90e.v.). Hier worden de vragen aan de lezer(es) meteen aan het begin als instructie geschreven: ‘Lees Lev(iticus)13 en 14. Wat zou er bedoeld worden met ‘plaag van tsaraat’ (Lev 13,2) en ‘tora van tsaraät’ (Lev 14,2)? Waartoe dient de verplichte afzondering, denkt u?’
  Terwijl het woord ‘tsaraat’ vaak wordt vertaald met melaatsheid of lepra, wordt in navolging van de Babylonische talmoed hier gekozen voor het thema ‘kwaadspreken’ in verband met dit woord. Kwaadspreken is een ernstige overtreding volgens Rabbi Jonatan: ‘kwaadspreken is even zwaar als afgodendienst, incest en het vergieten van bloed’ (Midrasj Psalmen op Psalm 12,2). Het verband tussen ‘tsaraat’ (lepra, melaatsheid) en kwaadspreken hee/ alles te maken met het verhaal van Miriam, de zus van Mozes, die had kwaadgesproken over Mozes en daardoor een besmettelijke huidziekte kreeg (Numeri 12).
  De vragen, die hierbij gesteld worden, aan het eind van dit hoofdstukje zijn de volgende: ‘De kwaadspreker wordt getroffen met een ‘zichtbare aandoening’, wordt ‘besmet verklaard’ en voor een tijdje ‘buiten de gemeenschap geplaatst’. Kunt U deze drie consequenties van kwaadspreken toelichten vanuit het omgaan met kwaadspreken in onze samenleving?’

  Een derde voorbeeld is het hoofdstukje met de titel ‘Een lamp voor mijn voeten’ bij de twintigste sidra (pg. 69 e.v.). Het gaat om de sidra Tetsavee (‘Jij zult gebieden’- Exodus 27,20-30,10).
  Ook hier wordt het hoofdstukje geopend met een opdracht aan de lezer(es): ‘In Ex 27,20 en Lev 24,2 lezen we over de opdracht een ‘altijd brandende lamp’ (ner tamied) te ontsteken. Waartoe dient deze opdracht volgens u?’
  Vervolgens wordt het thema uitgediept aan de hand van een midrasj (Leviticus Raba) en blijkt het te gaan om de ‘nesjama’ van de mens als lamp van de Eeuwige. Een beetje verwarrend is het dat vervolgens niet alleen het woord ‘nesjama’ (levensadem), maar ook het woord ‘nefesj’ (ziel, levensadem) wordt besproken als ‘lamp van de Eeuwige’. Maar zo verwarrend en vooral zo associatief is het nu eenmaal, als je de rabbijnen volgt. Natuurlijk, zou ik zeggen, wordt vervolgens ook de Tora vergeleken met een lamp en een licht (Psalm 119,105). Dat is dan weer voor de bijbelkenner meer bekend terrein. Die Tora en de ‘ziel’ of ‘levensadem’ hebben dan ook weer iets met elkaar te maken als ‘Gods lamp in onze hand’ (pg.70).
Mij als simpele lezer was dit alles niet helemaal navolgbaar. Ik vond dit hoofdstukje behoorlijk verwarrend. Maar het hoofdstukje eindigt dan weer met een vraag: ‘Welke betekenis hee* licht voor u? Wat houdt uw lamp brandend?’

Bedoeling van het boekje
Als we tenslotte de achterpagina lezen van het boekje ‘Lieflijk op de tong’ dan wordt nog eens duidelijk, wat de bedoeling van de samenstellers is.

Ten eerste zijn er ‘per bijdrage vragen opgenomen om het gezamenlijk lezen te bevorderen’. Zelf denk ik dat het gezamenlijk lezen van dit boekje inderdaad goede manier zou kunnen zijn om de teksten van verschillende kanten te benaderen. Ten tweede wordt duidelijk, dat we als lezer(es) ‘worden uitgedaagd om verbanden te leggen, bepaalde standpunten te weerleggen, eigen inzicht te volgen. En actualiseringen aan te brengen, want te vaak wordt scheiding gemaakt tussen ‘het leven van alle dag’ en ‘geloofsleven’.


Inhoud

  Inleiding
  Gen 1,1-6,8 De vrouw en de slang
  Gen 6,9-11,32 Opnieuw beginnen
  Gen 12,1-17,27 Alleen spreken tot wie luistert
  Gen 18,1-22,24 De eis tot gerechtigheid
  Gen 23,1-25,18 Een vrouw voor Izak
  Gen 25,19-28,9 Bedachtzaam en standvastig
  Gen 28,10-32,3 De rol van Rachel
  Gen 32,4-36,43 Een broederlijke ontmoeting?!
  Gen 37,1-40,23 Een mooie man
  Gen 41,1-44,17 Hij herinnerde zich de dromen
  Gen 44,18-47,27 Neem mij in plaats van hem
  Gen 47,28-50,26 Les over verleden en toekomst
  Ex 1,1-6,1 Geen mens
  Ex 6,2-9,35 Een vrije wil?
  Ex 10,1-13,16 Onderwijs naar vermogen
  Ex 13,17-17,16 Wie is er nodig?
  Ex 18,1-20,23 Over het opvoeden van kinderen
  Ex 21,1-24,18 Omgang met de vreemdeling
  Ex 25,1-27,19 Heiligdom
  Ex 27,20-30,10 Een lamp voor mijn voeten
  Ex 30,11-34,35 ‘Op-ademen’
  Ex 35,1-38,20 Voorbereidingen
  Ex 38,21-40,38 De rol van Mozes
  Lev 1,1-5,26 Offers
  Lev 6,1-8,36 Eet geen bloed
  Lev 9,1-11,47 Spijswetten
  Lev 12,1-15,33 Kwaadspreken
  Lev 16,1-18,30 Grote Verzoendag
  Lev 19,1-20,27 Naastenliefde
  Lev 21,1-24,23 Oog voor oog, tand voor tand
  Lev 25,1-26,2 Vrijheid door beperking
  Lev 26,3-27,34 Weinigen achtervolgen velen
  Num 1,1-4,20 Afblijven
  Num 4,21-7,89 Een boete bij schuldbekentenis?
  Num 8,1-12,16 Gratis
  Num 13,1-15,41 Eerst zien, dan geloven
  Num 16,1-18,32 Greep naar de macht
  Num 19,1-22,1 Mirjam
  Num 22,2-25,9 Tovenaar of profeet?
  Num 25,10-30,1 Pinchas – een rolmodel?
  Num 30,2-36,13 De bloedwreker
  Deut 1,1-3,22 Ga voor vrede!
  Deut 3,23-7,11 Getuigen van de Eeuwige
  Deut 7,12-11,25 Toetsen met manna
  Deut 11,26-16,17 Collectieve verantwoordelijkheid
  Deut 16,18-21,9 Rechtvaardigheid zul je najagen
  Deut 21,10-25,19 Ouders, pas op!
  Deut 26,1-29,8 Het eerstelingsgebed
  Deut 29,9-30,20 Ontrouw is niet het laatste woord…
  Deut 31 En hij gaat – over leiderschap
  Deut 32 Gods Toorn
  Deut 33,1-34,12 Het werk gaat door